2.2 Regionale ontwikkelingen Zeeland
De zorgvraag binnen de VG-sector groeit niet alleen in omvang, maar verandert ook inhoudelijk. Cliënten hebben steeds vaker een complexere ondersteuningsbehoefte waarbij een verstandelijke beperking samengaat met psychiatrische problematiek, gedragsproblematiek of sociaal-maatschappelijke kwetsbaarheid. Tegelijkertijd nemen de wensen rondom wonen, zelfstandigheid en eigen regie toe. Deze ontwikkelingen vragen om een zorgaanbod dat flexibeler is ingericht en om intensievere samenwerking tussen zorgaanbieders, gemeenten, woningcorporaties en andere ketenpartners.
Met name de groeiende groep mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB) kiest steeds vaker voor een zo zelfstandig mogelijke woonvorm. De ondersteuningsbehoefte van deze doelgroep kan echter sterk wisselen, waardoor er behoefte ontstaat aan woon- en begeleidingsvormen die flexibel kunnen op- en afschalen. De wachtlijsten laten zien dat veel cliënten met een relatief laag zorgprofiel vooral wachten op een passende woonplek en niet direct op zorg. Hierdoor verschuift de opgave steeds meer van een puur zorgvraagstuk naar een gecombineerd woon- en ondersteuningsvraagstuk. Dit vraagt om de verdere ontwikkeling van alternatieve woonvormen, zoals geclusterd zelfstandig wonen, waarbij zorg en wonen meer van elkaar worden gescheiden.
Daarnaast groeit de groep cliënten op het snijvlak van VG en GGZ, waarbij sprake is van een verstandelijke beperking in combinatie met psychiatrische problematiek, verslaving en/of ernstig gedrag. Deze doelgroep vraagt om specialistische expertise, maatwerk en nauwe samenwerking tussen sectoren en financieringsdomeinen. Ook de toename van cliënten met GGZ-W-profielen binnen de VG-sector onderstreept de noodzaak om het zorgaanbod en de samenwerking tussen VG, GGZ, Wlz, Wmo en Zvw verder door te ontwikkelen.
Verder neemt het aantal ouder wordende cliënten toe. Hierdoor groeit de behoefte aan verpleegkundige expertise, aangepaste woonomgevingen en specialistische kennis rondom ouderdomsgerelateerde problematiek. Tegelijkertijd worden in de overgang van jeugd naar langdurige zorg knelpunten ervaren, waardoor tijdige afstemming tussen domeinen noodzakelijk is om passende vervolgzorg te waarborgen.
Tot slot neemt de vraag naar specialistische ondersteuning voor hoog-complexe doelgroepen, zoals LVB+, EVB+ en (Z)EMB, toe. Door de toenemende druk op expertise en personele capaciteit ontstaat een regionale opgave om specialistische kennis en voorzieningen doelmatig te organiseren. Dit vraagt om gezamenlijke keuzes over specialisatie, concentratie van expertise en duurzame samenwerking, zodat ook in de toekomst passende zorg beschikbaar blijft voor cliënten met de meest complexe ondersteuningsvragen.